Werkplaats Inclusief is een zelfsturende en open source leergroep. Organisaties die ook betrokken willen zijn kunnen contact opnemen.
Een oud idee in een nieuw jasje
In de wereld van onderwijs en opvang is het onderwerp inclusie de laatste jaren niet meer weg te denken. Een nieuwe kijk op ondersteunen en onderwijzen baant zijn weg door het bestaande systeem. Waar nodig voegt het nieuwe ideeën toe, verlegt het grenzen en verrijkt het mogelijkheden. Hoewel de beweging naar inclusief werken de laatste jaren veel deuren opent, is de achterliggende gedachte van deze aanpak niet nieuw.
Op veel plekken werd er al vanuit een ‘inclusieve gedachte’ gewerkt, zonder dit zo te benoemen. Zo ook op basisschool de Twijn in Terneuzen. ‘Hier op school geloven we dat ieder kind een eerlijke kans verdient’, vertelt Suzan van den Berg (Directeur basisschool de Twijn). ‘Al jaren vormt dit uitgangspunt de basis voor onze werkwijze, ook al voordat het begrip ‘inclusie de hoek om kwam kijken.’
Toen de beweging naar inclusie in onze regio op gang kwam, was een aantal professionals van de Twijn onderdeel van de groep pioniers die deze gedachte in de regio wilde uitdragen. ‘Omdat de Twijn gevoelsmatig al jaren deze kant op bewoog, voelde het voor ons als een natuurlijke vervolgstap om vanuit hier ook deel te nemen aan een pilot’, zegt Suzan.
Anders werken
‘Toen de pilot eenmaal van start ging, riep dit vragen op bij collega’s over hoe ons werk zou veranderen en wat dit van ons zou vragen’, vertelt Ella van Driessen (leerkracht groep 1/2).
Om meer duidelijkheid te creëren over hoe deze nieuwe ontwikkeling eruit zou gaan zien, nodigde de Twijn een professional uit die toelichting kon geven over de inclusieve werkwijze. ‘Deze activiteit deed ons beseffen dat hoewel de pilot voor ons nog onbekend was, de werkwijze stiekem veel elementen bevatte die we eerder ook al hanteerden’, vertelt Fleur de Bree’ (intern begeleider). ‘Dat gaf ons team meer vertrouwen om deze stap te zetten.’
Naarmate de pilot vorderde, groeide binnen het team ook de ruimte om onderling knelpunten en mogelijkheden te bespreken. ‘Tijdens onze teamoverleggen richten we steeds vaker een moment in waarop collega’s hun ervaringen kunnen delen. Zo bieden we iedereen de kans om van zich te laten horen en denken we steeds ook met elkaar mee’, zegt Fleur.
Verschillende mogelijkheden
Komt een zorg vaker terug, dan bekijkt het team van de Twijn ook andere mogelijkheden die er liggen. ‘Ieder kind is uniek en daarom bekijken we iedere situatie individueel’, benoemt Suzan. ‘Hoewel we het belangrijk vinden om alle kinderen een kans te bieden, blijven we ook realistisch. Lukt het ook na het proberen van een andere aanpak écht niet om een kind te laten aarden bij ons op school, dan is doorverwijzen naar een andere (basis)school soms toch de beste optie.’
‘Uiteindelijk staat voor ons het geluk van het kind altijd op 1, zegt Ella. ‘Dat blijft voor ons het uitgangspunt. Als een kind ergens anders beter op zijn plek zit, dan willen we die mogelijkheid ook faciliteren’
Daarnaast komt het soms ook voor dat er kinderen vanaf andere basisscholen instromen op de Twijn. ‘Lukt het op een andere school niet om een kind een passende plek te bieden, dan openen we onze deuren en bieden we graag een nieuwe kans’, zegt Suzan. Zo helpen we elkaar en kent iedere situatie zijn eigen aanpak en ‘oplossing’!
Een nieuwe mindset
Ondanks dat blijft bij alle collega’s het gevoel overheersen dat de Twijn een school is waarop ieder kind zich welkom mag voelen. Dat wordt zichtbaar met deze nieuwe aanpak, maar het blijft ook zoeken. Want als leerkracht is loslaten wat je kent soms lastig. ‘Je bent het gewend om voor alle kinderen bepaalde leerdoelen aan te houden, maar het behalen van deze doelen lukt niet altijd voor iedereen volgens dezelfde tijdlijn’, vertelt Fleur.
‘Dat doel (even) loslaten kan lastig zijn’. ‘We proberen onze collega’s er daarom steeds aan te herinneren dat ieder kind ook eigen leerdoelen heeft. Met die gedachte kunnen we ook successen vieren wanneer een kind op persoonlijk vlak enorm gegroeid is, zonder een algemeen geformuleerd doel te hebben behaald.’ ‘Daarbij is er ook sprake van meer dan alleen zichtbare ontwikkeling’, vult Ella aan. De groei van een kind is niet alleen te meten door de woordjes die hij kent of de sommen die hij maakt. Emotionele ontwikkeling speelt ook een rol. Veel kinderen maken hierin een enorme groei door, maar om dit te kunnen signaleren, moet je het als leerkracht kunnen voelen. Want tastbaar is het niet.’
Door steeds te blijven handelen vanuit deze uitgangspunten, werd het voor de professionals op de Twijn makkelijker om deze nieuwe werkwijze eigen te maken. ‘En het mooiste is dat deze ontwikkeling niet alleen in ons zichtbaar is’, zegt Ella. ‘Als professionals zijn we natuurlijk constant bezig met het ondersteunen van onze kinderen. Maar we zien steeds vaker dat onze kinderen elkaar onderling ook helpen. Als een kind fysiek of emotioneel gezien niet mee kan, dan zijn klasgenootjes vaak de eersten die inspringen om te helpen. Dat is mooi om te zien!’
Niet alleen omdat kinderen elkaar zo helpen, maar ook omdat ze op deze manier klaargestoomd worden voor de samenleving waarin ze later als jongvolwassenen mee zullen draaien. Net zoals nu op school zullen ze later; tijdens hun werk, bij hun studie of op straat mensen tegenkomen die anders zijn dan zij en daardoor niet zo makkelijk mee kunnen doen als een ander.
‘Door onze kinderen nu al bij te brengen dat deze verschillen bestaan, hopen we ervoor te zorgen dat ze al vroeg weten dat verschillen bij een ander geen probleem zijn, maar juist een kans om iemand te helpen of van iemand te leren,’ aldus Ella.
School is er immers niet alleen om kinderen vakinhoudelijk iets bij te brengen, maar ook om ze helpen zich te ontwikkelen tot vriendelijke mensen die een fijne bijdrage kunnen leveren aan de maatschappij!